Carpaal Tunnel Syndroom (CTS)

Het Carpaal Tunnel Syndroom is een aandoening waarbij een zenuw (nervus medianus of middelste zenuw) in de pols beklemd raakt. Deze zenuw verloopt van de onderarm naar de handpalm via een soort tunnel die wordt gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig peesblad (de dwarse polsband) aan de handpalmzijde van de pols. Door die tunnel lopen ook de buigpezen van de vingers. De beknelling van de zenuw kan optreden wanneer door zwelling van de weefsels in of rond de tunnel de druk in de tunnel toeneemt.

De meest gehoorde klachten bij een Carpal Tunnel Syndrome zijn:

1. Tintelingen in de vingers met eventueel prikkend en pijnlijk gevoel in de vingers en/of handen.

2. Een doof gevoel in de handpalm en in de vinger, met uitzondering van de pink

3. Een zwellend gevoel in de hand

4. Een uitstralende pijn naar de onderarm, elleboog en/of schouder.

5. Soms krachtverlies in uw hand, waardoor u zomaar dingen uit uw hand laat vallen.

In het ergste geval kan blijvend gevoelsverlies optreden en zullen de spieren slinken van de muis van duim. U zult hier gedurende de nacht steeds vaker last van krijgen. Hoewel de klachten meestal aan één hand voorkomen, kunt u ook last krijgen aan uw andere hand. Bepalende dagelijkse activiteiten zoals autorijden, fietsen of de krant lezen zullen steds vaker klachten veroorzaken.

Om er zeker van te zijn dat er sprake is van een Carpal Tunnel Syndrome, is een spieronderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek, ook wel EMG (electromyografie) genoemd wordt uitgevoerd door de neuroloog.
In sommige gevallen worden er voor de zekerheid ook nog rontgenfoto's gemaakt en een bloedonderzoek uitgevoerd.

carpaaltunnelbracelGelukkig is het niet altijd direct noodzakelijk om te opereren.

Het staken van bepaalde handelingen of activiteiten, gericht op het verminderen van de belasting van uw hand of pols kan de zwelling doen verminderen waardoor de zenuw weer meer ruimte krijgt en waardoor de pijnklachten zullen afnemen.

 

Het dragen van een polsspalk, die de pols rechthoud, zal de klachten doen verminderen en zorgen voor een betere nachtrust.

Indien de klachten echt te hinderlijk zijn is een operatie de enige oplossing.

handenwassenDe operatie is erop gericht de druk op de zenuw weg te nemen en de tunnel breder te maken, waardoor de zenuw uit zijn beklemming kan komen.

Het betreft een eenvoudige ingreep die onder lokale verdoving kan plaatsvinden en maximaal 30 minuten zal duren. Mocht u wat angstig zijn kan een licht roesje (sedatie) via een infuus worden toegediend.

 

Wanneer uw pols gevoelloos is  maakt de chirurg een incisie aan de handpalmzijde van de pols. De chirurg werkt met microchirurgische technieken, zoals een loupebril met vergroting om er zeker van te zijn dat er geen zenuwtakjes worden beschadigd. Doordat de dwarse polsband wordt doorgesneden wordt de tunnel wijder. Hierna wordt de incisie netjes gehecht.

Zodra de verdoving is uitgewerkt mag u weer naar huis. U mag uiteraard niet zelf rijden na deze ingreep.

hygienezakjesomschoenenAls de verdoving helemaal is uitgewerkt, kunnen er wat pijnklachten optreden. U mag hiervoor wat pijnstillers zoals Paracetamol 500 mg gebruiken.
Na 2 dagen mag u het drukverband wat na de operatie is aangebracht verwijderen.

 

Het is raadzaam om direct na het verwijderen van het verband voorzichtig te beginnen met oefeningen van de vingers. In het begin gaat dit wat moeizaam maar na enkele dagen gaat het al beter.

 

Het litteken aan de pols zal enige tijd gevoelig blijven, vooral bij het steunen op de pols. De klachten die u voor de operatie had verdwijnen meestal direct na de operatie. Het dove gevoel kan soms nog wel een tijdje aanhouden.

 

De hechtingen worden na 1 week verwijderd. U zult de komende maanden aanzienlijk minder kracht in uw duim hebben dan u gewend bent. Afhankelijk van het soort werk dat u doet, kunt u enkele dagen tot een week na de operatie uw werkzaamheden hervatten.

carpaaltunnelbracelBij een operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen heel zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.

Bij alle operaties of verwondingen aan een arm of been kan een posttraumatische dystrofie ontstaan. Dit kan gepaard gaan met pijn, zwelling, stijfheid en vaak wisselende verkleuringen van de huid. De kans hierop is niet te voorspellen maar gelukkig erg klein.
Een enkele keer is de hand na de operatie pijnlijk, gezwollen en komt de beweging van de vingers moeilijk op gang. In dergelijke gevallen is nabehandeling door middel van handtherapie nodig.